Franse regering stimuleert duurzame opwekking van waterstof

De regering stelt 100 miljoen euro beschikbaar voor het opwekken van duurzame waterstof en het op de markt brengen van 5.000 waterstofauto’s in 2023.

Het beschikbare bedrag zal met name gebruikt worden om 10% van de productie van waterstof te vergroenen in 2023 en 20 à 40% in 2028. In Frankrijk wordt 1 miljoen ton waterstof per jaar gebruikt voor industriële processen (raffinage, chemie, cementindustrie,…). Deze waterstof wordt nu nog geproduceerd uit fossiele brandstoffen. Dit levert een CO2-uitstoot op van 10 miljoen ton.

De helft van het totale bedrag van 100 miljoen euro zal besteed worden aan het stimuleren van investeringen in elektrolyse installaties. De Franse overheid is van mening dat door 20% van de kosten van deze installaties te financieren, deze concurrerend zullen worden in vergelijking met de huidige productieprocessen, in ieder geval voor de kleinere industrie (chemie, glasfabriek,…). In 2023 hoopt de regering dat met deze steun installaties voor een totaal vermogen van 250 megawatt zullen worden gefinancierd. De kostprijs van waterstof uit elektrolyse installaties bedraagt momenteel tussen de 4 en 6 euro/kg afhankelijk van de toegepaste technologie, een gebruik van de installatie tussen de 4.000 en 5.000u per jaar en een elektriciteitsprijs rond de € 50 per MWh. Deze kostprijs zou in 2028 2 à 3 euro/kg kunnen bedragen. Dit is de prijs die grote industriële gebruikers van waterstof nu betalen.

Om er zeker van te zijn dat de geproduceerde waterstof koolstofarm en “groen” is, d.w.z. geproduceerd door zonne- of windenergie, zal de geproduceerde waterstof vanaf 2020 traceerbaar zijn. De eerste elektrolyse installaties zullen echter worden aangesloten op het elektriciteitsnet waarvan de elektronen voor driekwart afkomstig zijn uit kerncentrales.

Stimulering van het rijden op waterstof
De andere helft van het beschikbare bedrag zal gebruikt worden om het rijden op waterstof te ontwikkelen. Momenteel rijden in Frankrijk 263 voertuigen rond op waterstof. Deze voertuigen kunnen geladen worden in een twintigtal speciaal daarvoor ingerichte tankstations. In 2023 moet er een netwerk zijn gerealiseerd van 100 tankstations voor het tanken van 200 zware en 5.000 lichte bedrijfswagens. In 2028 moet het aantal tankstations 400 à 1.000 bedragen voor 20.000 à 50.000 lichte en 800 à 2.000 zware bedrijfswagens. Er zal de komende tijd gewerkt worden aan het vaststellen van de normen waaraan deze stations moeten voldoen. Het beschikbare geld zal op de eerste plaats worden besteed aan het samenstellen van de wagenparken.

Testen van het netwerk
Het programma “investeringen van de toekomst” en het nationale agentschap van onderzoek hebben al zo’n 100 miljoen euro uitgeven aan R&D. Naast het Franse Air Liquide, wereldleider op het gebied van industriële gassen, verschijnen er andere spelers op de markt, zoals de grote bedrijven Engie, Renault, PSA, Faurecia, Plastic Omnium of EDF, maar ook kleinere bedrijven zoals McPhy Energy of Powidian.

De Franse overheid gaat aan de beheerders van de gasnetwerken (GRDF voor kleine leidingen en GRTgaz voor de grote) een studie vragen over de mogelijkheden van het gebruik van het bestaande aardgasnetwerk voor waterstof. GRTgaz is daarnaast betrokken bij het project Jupiter 1000 voor het testen van de technieken “power to gas”.

Jupiter

Het gaat hierbij met name om de weerstand van het gasnetwerk te evalueren bij het transporteren van waterstof.

In Duinkerke (regio Hauts-de-France) zijn Engie en een aantal partners betrokken bij het project Grhyd met als doelstelling het evalueren en valideren van de technische en economische relevantie van een nieuwe sector die een menging van aardgas en waterstof gebruikt voor de energievoorziening van huishoudens en transport.

Grhyd

Bron: Les Echos, MTES, GRTgaz, Engie

 

 

Advertenties
%d bloggers liken dit: