Kaderwet mobiliteit: nadruk op dagelijks vervoer maar minder ambitieus inzake het klimaat

Bijna een jaar na de afsluiting van de ‘Assises de la mobilité’ (raadplegingen over vraagstukken rond mobiliteit) heeft de Franse transportminister op 25 november het voorstel voor de Kaderwet mobiliteit gepresenteerd. De protestacties van de “gele hesjes” hebben ervoor gezorgd dat de regering verschillende gevoelige maatregelen heeft geschrapt, zoals de stedelijke tol, het vignet voor vrachtwagens, het toestaan van amateurtaxi’s op het platteland…. Andere maatregelen zijn pas op het laatste moment aan de tekst toegevoegd, zoals de belofte van president Macron op 9 november om de wachttijd voor het afleggen van rijexamens te verminder en de kosten voor het behalen van het rijbewijs drastisch te verlagen.

De voorgestelde maatregelen maken deel uit van een duidelijke en ambitieuze agenda, in overeenstemming met het Parijs Akkoord en het klimaatplan. De komende jaren zal het aantal schone voertuigen aanzienlijk toenemen en de concentratie van luchtverontreinigende stoffen afkomstig uit de transportsector enorm zijn afgenomen. Per 2040 geldt er een verbod op de verkoop van nieuwe benzine- en dieselauto’s en in 2050 wil FR koolstofneutraliteit van mobiliteit bereiken. Dit vereist een enorme inspanning van alle vervoersmodaliteiten: weg- en spoorvervoer, lucht- en zeevaart en de binnenvaart.

Het wetsvoorstel zal vanaf februari 2019 in het Franse Parlement worden behandeld.

Nieuwe mogelijkheden voor gemeenten en werkgevers
De wet bevat een groot aantal maatregelen waaruit de betrokken partijen zoals vervoersexploitanten en gemeenten kunnen kiezen. Vervoersexploitanten kunnen nieuwe diensten aanbieden zoals autodelen en carpoolen of alternatieve mobiliteitsdiensten van sociale aard financieren en aanbieden.

In delen van Frankrijk waar geen vervoersexploitant aanwezig is, krijgen intergemeentelijke samenwerkingsverbanden tot 2021 de tijd om deze rol op zich te nemen. Als ze daar niet in slagen, gaat deze rol naar de regio. 80% van Frankrijk wordt niet volledig gedekt door een vervoersexploitant.

Hiermee wil de overheid de uitoefening van de mobiliteitsbevoegdheid door gemeenten vereenvoudigen. Zo kunnen ze platforms opzetten voor autodelen, vraagafhankelijk vervoer organiseren, deelauto’s beschikbaar stellen of rijstroken op snel- of rondwegen reserveren voor carpooling of schonere voertuigen. Gemeenten kunnen mobiliteitsdiensten van sociale aard opzetten of voor een bepaald publiek (jongeren, ouderen en werklozen) steunmaatregelen instellen.

De regio’s moeten ervoor zorgen dat er overal applicaties zijn die gebruikers aangeven wat het beste traject is en waarmee ze hun vervoersticket kunnen betalen. Alle gegevens over het beschikbare vervoersaanbod in de regio’s moeten voor 2021 openbaar zijn, zodat elke start-up of gemeente die hiervoor een applicatie ontwikkelt over deze gegevens kan beschikken. Dit maakt de weg vrij voor de ontwikkeling van multimodale applicaties die het beschikbare vervoersaanbod publiceren en zelfs een ticketservice kunnen aanbieden. Dit biedt een groot perspectief voor MaaS (Mobility as a Service).

Werkgevers hebben de keuze om een belastingvrije vergoeding “duurzame mobiliteit” van maximaal € 400 per jaar in te voeren om werknemers te stimuleren met de fiets of via carpooling naar hun werk te komen. De Franse overheid zal vanaf 2020 een forfait van € 200 euro per jaar invoeren voor al zijn medewerkers. Men kan echter niet tegelijkertijd in aanmerking komen voor een fietsvergoeding en een OV-vergoeding. Werknemers die met hun fiets naar het station komen, zullen dus moeten kiezen. Voor de Franse start-up Klaxit (de Blablacar voor woon-werk verkeer) is dit een positieve bijdrage aan de ontwikkeling van carpooling voor woon-werk verkeer omdat niet alleen de chauffeur, maar ook de passagiers in aanmerking kunnen komen voor deze vergoeding.

Het Franse fietsplan, dat in september is gepresenteerd, is ook in de Kaderwet Mobiliteit opgenomen. Dit plan bestaat onder andere uit de oprichting van een nationaal fonds van 350 miljoen euro voor de aanleg van fietspaden en maatregelen tegen diefstal.

Begeleiding bij het aanbieden van nieuwe transportmodaliteiten
Het gebruik van nieuwe transportmodaliteiten zoals elektrische steppen zal worden begeleid. Dit geldt ook voor autonome voertuigen. Autonome OV-busjes zullen vanaf 2020 worden toegestaan op de openbare weg. Voor particuliere auto’s is dat in 2022. Als voorbeeld noemt de overheid de vraagafhankelijke autonome busjes die sinds juni in Rouen worden getest door Transdev (moedermaatschappij van Connexxion). Om gemeenten te helpen bij het aanbieden van diensten met deelauto’s, -fietsen en –steppen, biedt de wettekst de mogelijkheid aan om een beschrijving op te stellen met de regels waaraan de betrokken bedrijven zich moeten houden. Het wetsvoorstel geeft hier een juridische basis voor.

Elektrische voertuigen
Om het gebruik van elektrische voertuigen te verhogen, moeten in alle parkeergarages van nieuwe en gerenoveerde gebouwen de basisinstallaties voor het plaatsen van elektrische laadpalen zijn aangelegd. Daarnaast moeten alle parkeergarages met meer dan 20 parkeerplaatsen in niet voor woning bestemde gebouwen voor 2025 worden voorzien van laadpalen.

Opheffen van tolpoortjes op snelwegen
Om het autoverkeer te stroomlijnen en de vervuiling te beperken, wil de overheid op de tolwegen een ‘free flow’ systeem invoeren met een betaling m.b.v. sensoren die via een badge, een vignet of de kentekenplaat de eigenaar of bestuurder van het voertuig kunnen identificeren. Hoewel dit systeem vele voordelen kent, is de kans op fraude veel groter dan bij fysieke tolpoortjes. Momenteel betalen 0,02% van de automobilisten geen tol. Met een ‘free flow’ systeem zou dit aandeel oplopen tot 5%, dit komt overeen met een winstderving van €500 miljoen voor de autosnelwegbedrijven. Overtreders zullen daarom zwaarder beboet worden: tot 6 maanden gevangenisstraf en een boete van € 7.500.

Geen invoering stedelijke tol
Na gesprekken met verschillende grote gemeenten heeft de regering besloten om de invoering van stedelijke tol niet in de wettekst op te nemen. Er bestond de vrees dat hiermee de geografische kloof vergroot zou worden. Gemeenten met meer dan 100.000 inwoners kunnen daarentegen lage emissiegebieden instellen. In deze gebieden kunnen bepaalde vervuilende voertuigen worden geweerd voor bepaalde uren van de dag. 15 grote steden hebben al aangegeven dat ze in deze maatregel geïnteresseerd zijn.

Meerjarenprogramma investeringen in de transport: de prioriteiten van de Franse overheid
In de Kaderwet Mobiliteit is ook het meerjarenprogramma voor de investeringen in de transport opgenomen. De lijst met projecten tot 2027 kan nog door het Parlement worden veranderd.

De Oriëntatieraad voor infrastructuur die in het kader van de ‘Assises de la mobilité’ is opgericht heeft een meerjarenprogramma infrastructuur opgesteld voor de komende 10 jaar inclusief de bijbehorende financiering (gedetailleerd voor de komende 5 jaar, vervolgens meer globaal). Deze raad bestaat o.a. bestaan uit parlementsleden en vertegenwoordigers van lokale overheden. Het rapport van de Oriëntatieraad is begin dit jaar verschenen.

Dit meerjarenprogramma infrastructuur vormt de basis van het meerjarenprogramma investeringen in de transport waarvan de Franse overheid in september de grote lijnen en prioriteiten heeft gepresenteerd. De daarbij behorende financiering zal over de periode 2018-2022 13,4 mld.€ bedragen, dat is 40% meer dan over de vorige periode 2013-2017 (9,2 mld.€), maar minder dan wat de Oriëntatieraad had aanbevolen (14,6 mld.€). Voor de periode 2023-2027 bedragen de investeringen 14,3 mld.€.

Het accent zal gelegd worden op het onderhoud van bestaande netwerken (weg, spoor- en vaarwegen), de verbetering van overbelaste spoorknooppunten, de ontsluitingswegen van middelgrote steden en het platteland, schone mobiliteit (via verschillende oproepen tot het indienen van voorstellen) en de verhoging van de modal shift in het goederenvervoer.

51% van het budget zal worden besteed aan het spoor, 38% aan de weg, 6% aan de binnenvaart en havens en 5% aan andere vervoerswijzen. Voor de volgende periode van 5 jaar komt 14,3 mrd.€ beschikbaar waarmee het mogelijk wordt 10-jarige investeringsprogramma’s inplannen. Voor 2019 stijgen de kredieten met 300 miljoen euro door herschikking binnen de staatsbegroting. Vanaf 2020 zal de regering echter jaarlijks 500 miljoen aan nieuwe middelen moeten vinden. Hierbij werd gedacht aan het verlagen van de korting op dieselaccijns voor vrachtwagens met 6 cent en de invoering van een tijdgebonden vignet voor het wegvervoer. Dit vignet zou worden ingevoerd voor zowel Franse als buitenlandse voertuigen van meer dan 12t die gebruikmaken van het Franse wegennet. De prijs voor dit vignet zou €430 per jaar kunnen bedragen voor voertuigen met 3 assen en €1.200 voor voertuigen met 4 en meer assen. Bedrijven zouden de kosten van het vignet kunnen terugvragen samen met het indienen van hun aanvraag voor de gedeeltelijke teruggave van de TICPE (binnenlandse verbruiksbelasting op energieproducten). De protestacties van de “gele hesjes” hebben hier er echter toe geleid dat de regering de invoering van dit vignet voorlopig heeft uitgesteld. De Franse transportminister heeft aangegeven dat een heffing voor vrachtwagens vanaf 2020 mogelijk is, maar deze maatregel zal in overleg met de transportsector tot stand komen.

Spoowegen

  • HSL Bordeaux-Toulouse : prioriteit voor vernieuwing spoorlijnen vanuit Bordeaux en Toulouse en het traject Agen-Toulouse. De overheid zoekt met de lokale overheden naar financiële middelen om deze werkzaamheden sneller uit te voeren.
  • Nieuwe spoorlijn tussen Parijs en Normandië: prioriteit aan de vernieuwing van het station Saint-Lazare in Parijs (start werkzaamheden binnen presidentstermijn), vervolgens de aanleg van de spoorlijn Parijs-Mantes (start werkzaamheden voor 2027) en de spoorlijn door Rouen.
  • Verbinding Marseille-Nice: allereerst verbeteringen bij Marseille, Toulon en Nice (start werkzaamheden binnen presidentstermijn), vervolgens de aanleg van een ondergronds station in Marseille Saint-Charles – dat niet doodlopend wordt – en aanpassingen op de rest van deze spoorlijn.
  • Nieuwe spoorlijn Roissy-Picardie: prioriteit regionale treinen (start eerste werkzaamheden voor einde presidentstermijn).
  • Nieuwe spoorlijn Rennes-Redon: een nieuwe lijn die de verbindingen Rennes-Nantes en Rennes-Quimper moet versnellen, ter compensatie van het schrappen van het project van de luchthaven Notre-Dame-des-Landes (start onderzoek binnen presidentstermijn). Tegelijkertijd uitrol nieuw spoorwegbeveiligingssysteem voor 2027 op de lijn Le Mons-Angers-Nantes.
  • Vernieuwing klassieke lijnen Parijs-Orléans-Limoges-Toulouse en Parijs-Clermont, en aanschaf nieuwe treinen (binnen presidentstermijn).
  • Tunnel Lyon-Turijn, in afwachting van een definitieve beslissing aan Italiaanse kant.
  • Nieuwe spoorlijn Montpellier-Perpignan: geen tijdschema.

Wegen

  • Start binnen 5 jaar van aanleg vier tolwegen die reeds een verklaring van algemeen belang hebben ontvangen van de overheid: Toulouse-Castres (A69), Route Centre Europe Atlantique in het departement Allier (A79), rondweg bij Rouen (A133 en A134), beëindiging van het traject Rouen-Orléans in de Eure-et-Loir (A154).
  • Beëindiging tot 2020 van de verdubbeling van de Route Centre Europe Atlantique in de Saône-et-Loire (N70, N79 en N80).
  • Verminderen voertuigen op het traject Toul-Nancy-Metz-Luxemburg (project A31bis) voor 2027: tolweg rond Thionville en verbreding tot Luxemburg, verbreding van de bestaande verkeersader Nancy-Metz, rondweg bij Nancy waarvoor het tracé nog moet worden vastgesteld.
  • Rondweg bij Arles (A54), waarvan het tracé is omstreden: start nieuw onderzoek.
  • Afzien van het project voor een snelweg tussen Salon-de-Provence en Fos-sur-Mer (A56), vervanging door een gewone weg.
  • Aanpassingsplan voor een twintigtal nationale wegen – omleidingen, doorgangswegen in grote steden, inhaalstroken, correctie van kruispunten, etc., met een budget van 1 mrd.€ over 10 jaar.

Binnenvaart

  • Aanleg van het kanaal Seine-Nord Europe.
  • Deze zeer grote project moet worden aangevuld door de aanpassing voor grote schepen van de Lys bij de Frans-Belgische grens en de Oise tussen Creil en Compiegne.
  • De Seine moet over 10 jaar ook zijn aangepast voor grote schepen tussen Bray-sur-Seine en Nogent-sur-Seine.

Voor meer informatie: Projet de loi d’orientation des mobilités

 

 

Advertenties
%d bloggers liken dit: