Frans Assemblée neemt wet circulaire economie aan

In de nacht van 19 op 20 december 2019 heeft het Franse Assemblée na een debat van meer dan 50 uur de tekst van het wetsontwerp inzake de strijd tegen afval en de circulaire economie aangenomen. De tekst die afgelopen september al door de Senaat was aangenomen, zal na verwacht dit voorjaar worden gepubliceerd. De invoering van statiegeld op drankverpakkingen bij het niet bereiken van het vastgestelde inzamelingspercentages, een verbod op plastic wegwerpverpakkingen tegen 2040, duidelijkere sorteerinstructies, een repareerbaarheids-label, en de strijd tegen planned obsolescence zijn voorbeelden uit het wetsvoorstel die een invloed zullen hebben op de manier van produceren en consumeren in Frankrijk.

De leden van het Assemblée en de Senaat hebben op 8 januari 2020 in een speciale commissie een akkoord bereikt over de tekst van het wetsontwerp.

Hieronder de belangrijkste amendementen die zijn aangenomen (of juist niet).

Vermindering van huishoudelijk afval: verlaging van de nationale doelstelling
Momenteel streeft Frankrijk naar een vermindering van 10% van de hoeveelheid huishoudelijk en soortgelijk afval per hoofd van de bevolking tussen 2010 en 2020. Maar één jaar voor de deadline lijkt het bereiken van de doelstelling buiten bereik: de laatste cijfers die het Agentschap voor Milieu- en Energiebeheer, Ademe, aan het begin van het jaar heeft gepubliceerd, laten zien dat de hoeveelheid huishoudelijk en soortgelijk afval per inwoner tussen 2006 en 2016 slechts met 0,3% is gedaald. Deze hoeveelheid bedraagt nog steeds 568 kg per jaar. De Senaat heeft daarom de doelstelling voor 2020 geschrapt en een nieuwe doelstelling vastgelegd met een vermindering van 15% tussen 2020 en 2030.

Het Assemblée doet hier nog een schepje bovenop door voor te stellen dat deze nieuwe doelstelling van 15% berekend wordt ten opzichte van 2010, en niet ten opzichte van 2020. Het is volgens het Assemblée wenselijk om redelijke en haalbare doelstellingen vast te stellen en de periode 2010-2016 werd gekenmerkt door een vermindering van de hoeveelheid geproduceerd afval per hoofd van de bevolking met 7,3%. Deze vermindering hield duidelijk verband met de sterke economische recessie. Maar sindsdien is de hoeveelheid afval per hoofd van de bevolking weer toegenomen met 2 à 3% per jaar.

In dezelfde geest heeft het Assemblée een doelstelling aan de tekst toegevoegd om de productie van afval uit economische activiteiten in de periode 2010-2030 met 5% te verminderen.

Invoering statiegeld voor hergebruik of recycling van drankverpakkingen
Allereerst is er een traject vastgesteld voor de recycling van plastic drankflessen: de gescheiden inzameling moet in 2025 77% van de verkochte flessen bereiken en in 2029 90%. Deze tweede doelstelling komt overeen met de Europese doelstelling die is vastgesteld in de SUP-richtlijn. Dit traject, dat zal worden opgenomen in het bestek van de betrokken collectieve organisaties, wordt aangevuld met een doelstelling om het aantal gebruikte plastic flessen tegen 2030 met 50% te verminderen.

Tegelijkertijd zal het Franse Agentschap voor Milieu- en Energiebeheer (Ademe) het toezicht op de resultaten van de inzameling en recycling van plastic flessen organiseren. In 2020 brengt Ademe een verslag uit over de in 2019 behaalde resultaten. In dit verslag zullen verschillende punten worden opgenomen: het jaarlijkse inzamelingstraject voor recycling waarmee de vastgestelde doelstellingen kunnen worden behaald; de mogelijkheid om dit traject te verwezenlijken door de inzameling uit te breiden naar alle plasticverpakkingen; de geplande acties in het kader van de uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid met inbegrip van steun aan gemeentes om de inzameling in openbare ruimtes te verbeteren en de ontwikkeling van de inzameling door bedrijven; de technisch-economische, budgettaire en milieueffecten van een statiegeldsysteem voor hergebruik en recycling. Vanaf 2021 zal Ademe jaarlijks verslag uitbrengen over de geboekte vooruitgang.

Vervolgens zal de regering, indien het doel niet wordt bereikt, in 2023 de modaliteiten vaststellen voor de invoering van een of meer statiegeldsystemen voor recycling en hergebruik. Concreet betekent dit dat de overheid de producenten of de collectieve organisaties kan verplichten statiegeldsystemen in te voeren die nodig zijn om nationale of Europese doelstellingen op het gebied van afvalpreventie of -beheer te bereiken.

Dit was het onderwerp waarover de leden van het Assemblée en de Senaat het meest gediscussieerd hebben. Tijdens de speciale commissie hebben de parlementsleden afgesproken om lokale en regionale overheden meer tijd te geven zodat ze kunnen aantonen dat zij de ambitieuze doelstellingen op Europees niveau kunnen verwezenlijken zonder de invoering van een statiegeldsysteem, met name door de sorteerinstructies uit te breiden.

Verbod op wegwerpverpakkingen tegen 2040
Er komt een verbod op plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik tegen 2040. Daarnaast is de doelstelling opgenomen dat tegen 2025 100% van deze verpakkingen moet bestaan uit recyclebaar materiaal. En deze verpakkingen moeten in 2023 voor 5% en in 2027 voor 10% uit gerecycleerd materiaal bestaan. Tijdens de speciale commissie hebben de parlementsleden hieraan toegevoegd dat een reductiedoelstelling voor het hergebruik en de recycling van verpakkingen per decreet moet worden vastgesteld voor de periode 2021-2025.

Verplichting Triman logo op verpakkingen
De overheid wil het Triman-logo nieuw leven inblazen en informatie over het sorteren van producten op verpakkingen verplichten. Deze verplichting geldt niet voor glazen drankflessen.

Het Assemblée wil de doelstellingen voor het hergebruik van verpakkingen per sector vaststellen
Concreet betekent dit dat de belangrijkste spelers in een sector gezamenlijk het voor hun sector vastgestelde minimumaandeel aan hergebruikte verpakkingen respecteren. Dit is ongeacht het formaat en het materiaal van de gebruikte verpakking of de eindgebruiker voor wie deze producten bestemd zijn.

Aanpassing van de percentages van hergebruik
Tevens wordt in dit mechanisme bepaald dat de hoeveelheid van herbruikbare verpakkingen per verpakkingsstroom en productcategorie kan verschillen. De drie criteria die worden gebruikt voor de aanpassing van deze percentages zijn de aanwezige ruimte voor verbetering in elke sector, de noodzaak om het milieu te ontzien en de hygiënevoorschriften of veiligheidseisen voor de consument. Dit betekent dat er rekening moet worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende sectoren. In de drankensector moet bijvoorbeeld onderscheid worden gemaakt tussen wijnen, sappen, water, bier, frisdranken, cider, gedistilleerde dranken, enz.

Geen steun voor het gebruik van bioplastic en composteerbaar plastic
Het Assemblée heeft een aantal wijzigingen van de Senaat herzien met betrekking tot het gebruik van bioplastic en/of composteerbaar plastic .

Tot dit jaar waren composteerbare plastic flessen onderworpen aan een 100% malus. Ondanks de afschaffing van deze malus blijft hun prijs hoger dan die van conventionele plastic flessen. De Senaat had daarom voorgesteld om een bonus in te stellen voor het gebruik van composteerbare plastics. Het Assemblée heeft dit voorstel echter geschrapt. Voor het Assemblée zijn deze composteerbare plastic verpakkingen geen effectieve oplossing voor het probleem van de plasticvervuiling.

Duurzaam gebruik van hernieuwbare bronnen
Een andere wijziging maakt de bonus voor het gebruik van hernieuwbare bronnen afhankelijk van het duurzame gebruik ervan. Het is volgens het Assemblée echter niet vanzelfsprekend dat bioplastics afkomstig van intensieve Zuid-Amerikaanse landbouw de voorkeur heeft boven conventionele plastics die in Frankrijk worden gemaakt.

Ten slotte heeft het Assemblée het specifiek signaleren van bijdragen van bepaalde producenten van bioplastics aan de methanisering en compostering van bioafval geschrapt.

Symbolisch verzet tegen Black Friday
Het Assemblée heeft een “anti-Black Friday” amendement aangenomen. Het betreft een symbolische maatregel.

De tekst verbiedt dat een reclame, door middel van nationaal gecoördineerde promotieacties, de indruk wekt dat de consument profiteert van een prijsverlaging, vergelijkbaar met die tijdens de uitverkoop, buiten de wettelijke uitverkoopperiode. Volgens het Assemblée maken zowel Black Friday als Cyber Monday misbruik van onduidelijkheid rond promotieacties om hiermee de regels voor de uitverkoop te omzeilen.

Tijdens de zitting besloot het Assemblée dit soort handelstransacties “bedrieglijk” te noemen, terwijl de oorspronkelijke tekst sprak van “agressieve” handelspraktijken. Op beide delicten staat een vergelijkbare straf: twee jaar gevangenisstraf en een boete van 300.000 euro voor natuurlijke personen en een boete van 1.500.000 euro met bijkomende straffen voor rechtspersonen.

Toevoeging hormoonverstorende stoffen aan lijst milieu-informatie
Het Assemblée heeft hormoonverstorende stoffen toegevoegd aan de lijst met milieu-informatie die aan de consument moet worden verstrekt. Deze informatie over de aanwezigheid van hormoonverstorende stoffen zal elektronisch worden verstrekt. Dit is expliciet in de tekst opgenomen.

Na de behandeling van de tekst in de Senaat bevatte de lijst met te verstrekken informatie de verwerking van gerecycleerd materiaal, het gebruik van hernieuwbare bronnen, duurzaamheid, composteerbaarheid, repareerbaarheid, mogelijkheden voor hergebruik, recycleerbaarheid en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen (gedefinieerd door het Nationaal Agentschap voor Voedsel-, Milieu- en Arbeidsveiligheid – Anses).

Een belangrijke toevoeging van het Assemblée betreft hormoonverstorende stoffen. Het aangenomen amendement voorziet in informatie aan de consument over de aanwezigheid van bewezen of veronderstelde hormoonverstorende stoffen. Voor producten met een bijzonder blootstellingsrisico wordt de verplichting uitgebreid naar verdachte hormoonverstorende stoffen. Het Assemblée rechtvaardigt deze toevoeging, die met name gericht is op bisfenolen (A, F en S), naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek Esteban die aangeven dat de Franse bevolking voortdurend wordt blootgesteld aan deze bisfenolen. Een tweede amendement, dat tegen het advies van de regering in is aangenomen, bepaalt dat producten die hormoonverstorende stoffen bevatten het pictogram “Niet aanbevolen voor zwangere vrouwen” moeten aanbrengen. Dit laatste amendement is tijdens de speciale commissie vervangen door een mogelijkheid tot informatieverstrekking wanneer het Nationaal Agentschap voor Voedsel-, Milieu- en Arbeidsveiligheid – Anses specifieke aanbevelingen heeft gedaan voor zwangere vrouwen.

Meer duidelijkheid over vage termen
Het gebruik van dubbelzinnige of onnauwkeurige termen is ook beter geregeld. Een amendement verbiedt het gebruik van de woorden “biologisch afbreekbaar”, “milieuvriendelijk” of een gelijkwaardige formulering op een product of verpakking. Er is geen wetenschappelijke consensus over de definitie van biologisch afbreekbaar, aldus het Assemblée. In dezelfde geest hebben ze het gebruik van de term “composteerbaar” beperkt tot plastics die thuis kunnen worden gecomposteerd. Hiermee wordt industriële compostering uitgesloten. Composteerbare plastic producten moeten ook het etiket “Niet weggooien” opnemen. Een ander amendement bepaalt dat wanneer verwezen wordt naar gerecycled materiaal in een product, het percentage hiervan moet worden gespecificeerd.

Ontwikkeling van mobiele applicaties
Er is ook vastgelegd dat milieu-informatie zichtbaar of toegankelijk moet zijn op het moment van aankoop. Dit maakt de weg vrij voor elektronische informatie. Deze informatie moet echter wel toegankelijk zijn op het moment van aankoop.

Elektronische repareerbaarheid-index
Het Assemblée pleit voor een elektronische repareerbaarheid-index die toegankelijk is op het moment van aankoop via digitale applicaties en betrekking heeft op alle elektrische en elektronische producten.

Voor het opstellen van deze index moeten de prijs van de reserveonderdelen die nodig zijn voor de goede werking van het product en, indien relevant, de aanwezigheid van een voor de consument zichtbare gebruiksmeter worden vermeld.

Vanaf 2024 wordt de repareerbaarheid-index aangevuld of vervangen door een duurzaamheidsindex.

Beschikbaarheid van reserveonderdelen
Ter ondersteuning van de reparatie van producten wordt de beschikbaarheid van reserveonderdelen verscherpt. Allereerst heeft het Assemblée vastgelegd dat reserveonderdelen maximaal 15 werkdagen na de ontvangst van de bestelling beschikbaar moeten zijn. Deze termijn komt overeen met de uitvoeringsverordeningen die de Europese Commissie in oktober vorig jaar heeft aangenomen in het kader van de richtlijn elektrische en elektronische apparatuur.

Daarnaast heeft het Assemblée een minimale beschikbaarheidsperiode van ten minste vijf jaar vastgelegd voor onderdelen van huishoudelijke apparaten, kleine IT- en telecommunicatieapparatuur, schermen en monitoren. Deze beschikbaarheidsperiode zullen in een decreet worden vastgelegd.

Voor wat betreft niet-beschikbare reserveonderdelen heeft het Assemblée een systeem opgenomen dat informatie beschikbaar stelt aan professionele verkopers en reparateurs zodat ze deze onderdelen kunnen printen met een 3D-printer . Dit systeem gaat gepaard met een aantal aanvullende eisen. De eerste eis is dat het product nog steeds op de markt beschikbaar is en dat het niet-beschikbare reserveonderdeel essentieel is voor het gebruik ervan. De beschikbaar gestelde informatie kan een tekening zijn of de technische informatie die nuttig is voor de uitwerking van deze tekening waarover de fabrikant beschikt. Bovenal wordt de informatie gecommuniceerd onder voorbehoud van de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten en in het bijzonder van de toestemming van de eigenaar van de intellectuele eigendom. Dit laatste punt is een essentiële voorwaarde om namaak van onderdelen te voorkomen.

Ten slotte heeft het Assemblée de inwerkingtreding van toekomstige verplichtingen met betrekking tot de levering van reserveonderdelen uitgesteld tot 1 januari 2022. Aanvankelijk zouden ze vanaf 1 januari 2021 van toepassing zijn. Overtreders van deze verplichtingen kunnen een boete krijgen van 3.000 euro voor een natuurlijk persoon en 15.000 euro voor een rechtspersoon.

Uitbreiding van de wettelijke garantie om de reparatie van producten te stimuleren
Het Assemblée heeft de toepassingsvoorwaarden gewijzigd om de reparatie van producten onder garantie te stimuleren. De wettelijke garantie van twee jaar wordt automatisch verlengd als een defect product onder garantie voor de eerste keer kapot is, maar deze regeling treedt pas inwerking nadat de consument heeft gevraagd om het defecte product te repareren. Indien de fabrikant dit weigert en de voorkeur geeft aan een vervanging door een nieuw product dan wordt de garantie van twee jaar automatisch verlengd. Als een product onder garantie wordt gerepareerd, wordt de wettelijke garantie automatisch verlengd met zes maanden.

Een jaar garantie op tweedehands producten
Het Assemblée heeft ook de wettelijke garantie van twee jaar, die in de wet is vastgelegd, tot een minimumduur gemaakt die een producent kan kiezen om de garantie te verlengen. Zo wordt ook de garantie voor tweedehands producten verlengd tot één jaar in plaats van de huidige zes maanden. Het doel is om de consument te stimuleren om tweedehands producten te kopen.

Ten slotte moet de verkoper op het betalingsbewijs de verklaring “De aankoop van dit product gaat vergezeld van een wettelijke overeenstemmingsgarantie” vermelden. Voor bepaalde producten die bij decreet zullen worden vastgesteld, moet naast bovengenoemde verklaring ook de garantieduur worden vermeld. Op het niet nakomen van deze verplichting staat een boete van maximaal 3.000 euro voor een natuurlijk persoon en 15.000 euro voor een rechtspersoon.

Ondersteuning van repareerbaarheid
De Senaat heeft vervolgens repareerbaarheid aangemerkt als één van de essentiële kenmerken van een product. Deze bepaling is met name bedoeld om softwaretechnieken te verbieden die het onmogelijk maken om bepaalde producten te repareren.

Het Assemblée heeft deze bepaling aangevuld met een verbod op elke overeenkomst of onderlinge afstemming die bedoeld is om de toegang van een reparateur tot reserveonderdelen, gebruiksaanwijzingen, technische informatie of tot elk ander instrument, apparatuur of software voor de reparatie van producten te beperken.

Een ander amendement bepaalt dat de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld voor schade aan een product die optreedt tijdens een poging tot zelfreparatie, indien de fabrikant duidelijk heeft aangegeven welke voorwaarden en veiligheidsinstructies in acht moeten worden genomen. Een laatste amendement verduidelijkt dat de meest voorkomende stappen voor het verhelpen van storingen “kunnen” worden opgenomen in de gebruiksaanwijzing of de gebruikershandleiding.

Financiering fondsen voor reparatie en hergebruik
De Senaat heeft aan het wetvoorstel de oprichting van een reparatiefonds toegevoegd om een deel van de reparatiekosten van een product door een erkende reparateur te financieren. Het Assemblée heeft het principe van een dergelijk fonds aangenomen, maar er een meer algemene doelstelling aan verbonden: het fonds voor reparatie moet er voor zorgen dat de reparatiedoelstellingen (die per betrokken product zijn vastgelegd) worden behaald.

Daarnaast heeft het Assemblée deze maatregel uitgebreid naar de oprichting van fondsen voor de financiering van hergebruik. De tekst laat het aan de regelgevende instantie over om de reikwijdte van deze verplichting te bepalen, maar benadrukt dat het hierbij met name gaat om elektrische en elektronische apparatuur, meubels en tuin- en doe-het-zelf artikelen die onder het principe van producentenverantwoordelijk vallen.

Het Assemblée sluit de oprichting uit van twee grote globale fondsen die voor beide doelstellingen de betrokken collectieve organisaties van producenten samenbrengen. Een dergelijke bundeling van middelen tussen alle sectoren zou indruisen tegen de logica van het principe van producentenverantwoordelijkheid, waarbij elke producent verantwoordelijk is voor het beheer van zijn eigen afval. Elke betrokken collectieve organisatie van producenten zal daarom zijn eigen fonds voor reparatie en zijn eigen fonds voor hergebruik moeten oprichten. De collectieve organisaties van producenten die dat wensen, kunnen echter hun middelen binnen dezelfde sector en tussen de sectoren bundelen.

Een andere wijziging bepaalt dat de collectieve organisaties van producenten die verantwoordelijk zijn voor huishoudelijke en professionele verpakkingen ten minste 2% van de totale bijdragen die zij ontvangen moeten besteden aan hergebruik en herbestemming. Deze maatregel zou volgens het Assemblée in eerste instantie meer dan 14 miljoen euro kunnen vrijmaken ter ondersteuning van de financiering van de infrastructuur en de installaties die nodig zijn om de kanalen voor het hergebruik van verpakkingen te lanceren.

Via een decreet zal onder meer worden bepaald welke categorieën van producten in aanmerking komen voor de reparatiefondsen, het minimale aandeel van deze financiering, alsook de regelingen voor informatieverstrekking aan de consument en het gebruik van de financiering. Met betrekking tot de fondsen voor hergebruik en herbestemming bepaalt de tekst dat de financiering wordt toegewezen aan exploitanten die voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in een bij decreet vastgesteld bestek. Hierbij zal met name rekening worden gehouden met het nabijheidsbeginsel en de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De lijst van de toegekende middelen zal openbaar worden gemaakt en de begunstigden zullen verslag moeten uitbrengen over de uitgevoerde acties en de behaalde resultaten.

Regeling met betrekking tot het gebruik van de term “gerenoveerd product”
Op dit moment is de markt voor gerenoveerde producten booming. De verkoop van gerenoveerde producten is in 2017 met 13% gegroeid. Tot op heden bestaat er echter geen wet- of regelgeving voor dit concept. Het kan gaan om producten die eenvoudigweg opnieuw worden verpakt of om producten die na reparatie of vervanging van bepaalde onderdelen zijn gerenoveerd.

In het wetontwerp wordt daarom de betekenis van renoveren vastgelegd: het is de handeling waarmee een vakman commercieel kan waarborgen dat een product met zijn reserveonderdelen weer optimaal kan worden gebruikt.

Aan deze tekst is toegevoegd dat verkopers die de term “gerenoveerd” of “gerenoveerd product” gebruiken, moeten voldoen aan deze voorwaarden, die bij decreet zullen worden gespecificeerd. In geval van een geschil, is het aan de verkopers om te bewijzen dat zij deze verplichtingen hebben nageleefd.

Versoepeling van de terugnameregeling voor afgedankte producten
Het Assemblée heeft een maatregel aangenomen tot wijziging van de voorwaarden waaronder distributeurs afgedankte producten gratis mee terug moeten nemen. De tekst biedt een kader voor de “één-voor-één”-terugname, d.w.z. terugname bij de verkoop van een nieuw product, en “één-voor-nul”-terugname, d.w.z. terugname zonder aankoop van een nieuw product. De tekst legt met name de voorwaarden vast voor de terugname bij afstandsverkopen en de betrokken productcategorieën en data van inwerkingtreding.

Concreet bepaalt de tekst voor elk van de twee typen terugnames dat de distributeur de afgedankte producten gratis moet terugnemen of dit door derden moet laten doen. De betrokken collectieve organisaties nemen vervolgens gratis de afgedankte producten terug of laten dit door derden doen.

De producten waarvoor deze bepalingen gelden zullen per decreet worden vastgesteld, alsmede de drempel van de verkoopoppervlakte of de jaaromzet waarop deze terugnameverplichtingen moeten worden nagevolgd. Deze regels zijn van toepassing op elektrische en elektronische apparatuur direct na de publicatie van de wet en vanaf 2022 op huishoudelijke chemicaliën en meubilair. Met betrekking tot huishoudelijke chemicaliën legt het Assemblée uit dat het huidige systeem, dat alleen gebaseerd is op afvalinzamelingscentra, zijn grenzen heeft laten zien en dat er al experimenten zijn uitgevoerd met inzameling in winkels. Ten slotte zullen deze regels vanaf 2023 ook van toepassing zijn op speelgoed, sport- en vrijetijdsartikelen en doe-het-zelf- en tuinartikelen.

Huishoudelijke apparaten worden niet uitgerust met een gebruiksmeter
De Senaat had een bepaling aangenomen dat vanaf januari 2022 grote huishoudelijke apparaten en computer- en telecommunicatieapparatuur moeten worden uitgerust met een gebruiksmeter, vergelijkbaar met een kilometerteller van een voertuig.

Het Assemblée heeft deze maatregel echter geschrapt, omdat de invoering vanaf 2024 van een duurzaamheidsindex momenteel al wordt onderzocht. Bovendien kan het voor fabrikanten in de praktijk onmogelijk zijn om voor 2024 hun apparaten uit te rusten met een gebruiksmeter vanwege de vernieuwing van het productassortiment en kan het een mogelijke belemmering zijn op het beginsel van het vrije verkeer van goederen in Europa.

Softwaregarantie vervangen door update-informatie
De Senaat heeft aan het wetsvoorstel twee maatregelen toegevoegd om de veroudering van de software van elektronische producten tegen te gaan. Ten eerste werd het begrip “softwaregarantie” geïntroduceerd, waardoor fabrikanten van smartphones en tablets tot tien jaar na hun introductie op de markt corrigerende updates van het besturingssysteem moeten aanbieden die compatibel zijn met alle modellen in hun assortiment.

Het Assemblée heeft deze bepaling aanzienlijk versoepeld en vervangen door een informatiesysteem. De producent moet de verkoper eerst informeren over hoe lang software-updates compatibel blijven met het normale gebruik van het apparaat, d.w.z. een gebruik dat voldoet aan de gerechtvaardigde verwachtingen van consumenten. Vervolgens stelt de verkoper deze informatie ter beschikking van de consument.

Tijdens de zitting heeft het Assemblée informatie toegevoegd over de updates die nodig zijn om de conformiteit van de digitale goederen te handhaven. De verkoper moet de consument informeren over de manier waarop deze updates op een voldoende duidelijke en nauwkeurige manier kunnen worden geïnstalleerd. De consument kan deze updates weigeren. De verkoper moet dan de gevolgen van deze weigering uitleggen om ontheven te worden van zijn aansprakelijkheid in geval van een gebrek aan overeenstemming als gevolg van het niet installeren van de updates. Deze bepalingen worden aangevuld met een verplichting om updates binnen een redelijke termijn te leveren. Dit termijn mag niet korter zijn dan twee jaar.

Aanpassing maatregelen ter bestrijding van voedselverspilling
Momenteel geldt de verplichting om onverkochte voedingsmiddelen te doneren voor winkels met een oppervlakte van meer dan 400 m2. Het Assemblée stelt voor om deze donatieverplichting uit te breiden naar groothandelaren.

Het door de afgevaardigden voorgestelde mechanisme breidt de donatieverplichting uit tot de groothandelaren, met name tot de centrale inkoopdiensten, met een jaarlijkse omzet van meer dan 50 miljoen euro. Ze mogen ook geen onverkochte goederen meer vernietigen.

Winkels met een oppervlakte van minder dan 400 m2, die momenteel niet onder de wet uit 2016 vallen, “mogen” een donatieovereenkomst voor onverkochte levensmiddelen afsluiten met een vereniging. Hetzelfde geldt voor ambulante handelaren en voor cateraars en organisatoren van recepties.

Het Assemblée heeft de boetes voor het niet naleven van de voedselverspillingregels verhoogd.

Uitbreiding diagnose “voedselverspilling”
Het Assemblée heeft ook de maatregelen die van toepassing zijn op de voedingsmiddelensector versterkt door de diagnose “voedselverspilling”, uit te breiden naar deze sector. De levensmiddelenproducenten moeten deze diagnoses vóór 1 januari 2021 hebben uitgevoerd. De maatregel moet voorkomen dat er overschotten en onverkochte goederen worden geproduceerd.

Ten slotte wordt een nationaal label tegen voedselverspilling ingevoerd dat kan worden toegekend aan elke rechtspersoon die bijdraagt aan de nationale doelstellingen om voedselverspilling tegen te gaan.

Tijdens de bespreking in de speciale commissie is er een bepaling toegevoegd die bedrijven in staat stelt onverkochte goederen aan hun werknemers te verkopen tegen een korting tot 50 procent op de normale openbare verkoopprijs.

Hergebruik van onverkochte hygiëne artikelen
Het Assemblée heeft verschillende wijzigingen aangebracht in het verbod op de vernietiging van onverkochte nieuwe niet-voedingsproducten. Het wetsvoorstel geeft voorrang aan het hergebruik en de herbestemming van onverkochte producten, maar laat de mogelijkheid open om deze te vernietigen. Een amendement stelt dat onverkochte persoonlijke verzorgings- en kinderverzorgingsproducten zeker opnieuw moeten worden gebruikt. Er zijn twee uitzonderingen: producten met een uiterste gebruiksdatum van minder dan drie maanden en producten waarvoor hergebruik na onderhandelingen met de verenigingen die hiervoor in aanmerking komen onmogelijk is. De lijst van de producten waarop deze maatregelen betrekking hebben wordt per decreet vastgesteld.

Tijdens de bespreking in de speciale commissie geldt voor deze artikelen ook een bepaling die bedrijven in staat stelt onverkochte goederen aan hun werknemers te verkopen tegen een korting tot 50 procent op de normale openbare verkoopprijs.

In de oorspronkelijk formulering van bovenstaande wijziging was er sprake van een verbod op de recycling van “onverkochte basisbenodigdheden”. Deze formulering was ambitieuzer, omdat de definitie van basisbehoeften ook kleding, schoeisel en textiel, papier- en kantoorartikelen, serviesgoed en keuken- en huishoudgerei kan omvatten.

Regulering bulkverkoop
In de eerste plaats is de definitie van bulkverkoop vastgesteld: het is de verkoop aan de consument van producten die niet-voorverpakt worden aangeboden, in een door de consument gekozen hoeveelheid, in herbruikbare of navulbare verpakkingen. Het betreft zelfbedieningsverkoop of ondersteunde verkoop in ambulante verkooppunten en de producten kunnen ook op afstand worden gekocht. Het heeft betrekking op alle consumentenproducten voor dagelijks gebruik, behalve producten die om gezondheidsredenen niet in bulk kunnen worden verkocht. Deze zullen bij decreet worden vastgesteld.

Bovendien bepaalt het wetsvoorstel dat, om het gebruik van wegwerpbekers te ontmoedigen, verkopers van afhaaldranken hun prijs moeten verlagen wanneer de drank wordt verkocht in een herbruikbare verpakking die door de consument wordt aangeboden. Het Assemblée geeft de voorkeur aan deze prijsregeling boven de invoering van een heffing op wegwerpbekers.

Ter beschikking stellen van herbruikbare verpakkingen
Winkels van meer dan 400 m2 moeten aan de consument, al dan niet tegen een vergoeding, schone herbruikbare verpakkingen aanbieden voor verkoop in bulk. De tekst bepaalt ook dat de herbruikbare of recycleerbare verpakking door de consument kan worden meegenomen. De consument is dan verantwoordelijk voor de hygiëne en de geschiktheid van de verpakking. Als dit duidelijk niet het geval is, kan de winkelier het gebruik ervan weigeren. Deze maatregel heeft ook betrekking op situaties waarin de klant niet ter plaatse geconsumeerde levensmiddelen of dranken wil meenemen of bij een afhaalpunt wil ophalen.

Verkoop van geneesmiddelen per eenheid
Het Assemblée heeft eindelijk een amendement aangenomen dat bepaalt dat wanneer de vorm van het geneesmiddel dit toelaat, de verstrekking van geneesmiddelen in de apotheek per eenheid kan plaatsvinden. De maatregel moet uiterlijk op 1 januari 2022 in werking treden. In een decreet worden de procedures voor de verpakking, de etikettering, de patiëntinformatie en de traceerbaarheid van geneesmiddelen vastgelegd. De lijst van de betrokken geneesmiddelen zal in een besluit worden vastgelegd.

Betere controle over verspreiding van reclamefolders
Het verspreiden van folders in brievenbussen met een sticker “Stop reclame”-bericht was al verboden, maar de regering moest nog de sanctie bij verordening vaststellen. De sanctie is nu in de wet vastgelegd.

Vanaf januari 2021 worden stickers die aangeven dat er geen reclame in de brievenbus wordt ontvangen, afdwingbaar: het is verboden om folders in deze brievenbussen te deponeren. In een amendement wordt verduidelijkt dat het verbod ook geldt voor “ongevraagde geschenken”, d.w.z. reclameartikelen. Het niet naleven van deze sticker wordt bestraft met een boete van de vijfde klasse.

Het achterlaten van reclamemateriaal op voertuigen is ook verboden en overtreders worden op gelijke wijze beboet.

Verbod op minerale oliën
Een ander amendement verbiedt de verspreiding in brievenbussen van ongevraagde reclamefolders en catalogi die zijn gedrukt met inkt die minerale oliën bevat. Er geld al een malusregeling op het gebruik van dit type inkt, maar dit is niet voldoende.

Een laatste amendement bepaalt dat reclamefolders en -catalogi moeten worden gedrukt op gerecycled papier of op papier afkomstig uit duurzaam beheerde bossen.

Deze laatste twee verplichtingen treden op 1 januari 2023 in werking.

Verbod digitale reclameschermen
Het Assemblée heeft een amendement aangenomen dat bepaalt dat de burgemeester of, bij afwezigheid, de vertegenwoordiger van de Staat in het departement, bij decreet elke digitale of lichtreclame kan verbieden. Een dergelijk verbod kan op verzoek of na advies van de gemeenteraad worden uitgevaardigd en is van toepassing op lichtreclame en/of digitale reclameschermen die op de openbare weg, op stations en in OV-haltes op het grondgebied van de gemeente worden geïnstalleerd.

Afvalaudit van uitgegraven grond
Het Assemblée twee wijzigingen aangebracht in de herziening van de afvalaudit met betrekking tot het beheer van producten, materialen en afval afkomstig van de sloop of het herstel van gebouwen.

Eén amendement breidt het toepassingsgebied van de afvalaudit uit tot het beheer van uitgegraven grond. Deze grond vertegenwoordigt bijna 70% van het bouwafval en het Assemblée wil graag dat het niveau van de verontreinigende stoffen in de grond wordt gedetecteerd en gemeten om te weten of het mogelijk is om deze grond zonder risico voor het milieu her te gebruiken. Dit amendement is geïnspireerd door Hesus, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het beheer van opgegraven grond.

Het Assemblée wil ook de afvalaudit vóór de sloop openbaar maken. Deze maatregel moet het hergebruik of de terugwinning van producten, materialen en afval uit de bouw bevorderen. De voorwaarden voor de toepassing van deze maatregel zullen per decreet worden vastgesteld.

Einde-afvalstatus voor sommige bouwmaterialen afkomstig uit de sloop
Een amendement voorkomt dat bepaalde bouwmaterialen gewonnen uit de sloop niet als afval worden aangemerkt. Deze bepaling is van toepassing op herbruikbare materialen na controle door een gespecialiseerd bedrijf.

In de praktijk is de afvalstatus een systematische rem op het latere hergebruik van bouwmaterialen. Hierdoor geven opdrachtgevers van projecten vaak de voorkeur aan recycling in plaats van hergebruik, aldus het Assemblée

Uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid naar nieuwe producten
In de nieuwe circulaire economiewet wordt de uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid aanzienlijk herzien. Het toepassingsgebied wordt uitgebreid, de doelstellingen worden gespecificeerd en er komt een sanctiemechanisme voor het geval de doelstellingen niet worden bereikt.

Allereerst omvat de tekst de uitbreiding van de producentenverantwoordelijkheid naar nieuwe sectoren waarvoor momenteel regelingen gelden die al veel gemeen hebben met de producentenverantwoordelijkheid:

  • Vanaf 2022 naar autowrakken, inclusief twee- en driewielers, en minerale en synthetische oliën.
  • Vanaf 2023 naar banden.

Daarnaast breidt de tekst het toepassingsgebied van vier bestaande sectoren uit: vanaf 2020 zal de producentenverantwoordelijkheid naast de textiel voor kleding ook van toepassing zijn op huishoudtextiel. In 2021 zal de producentenverantwoordelijkheid voor huishoudelijke chemische stoffen worden uitgebreid naar professionele chemische stoffen (bij inzameling door de overheid) en de producentenverantwoordelijkheid voor actieve implanteerbare medische hulpmiddelen zal ook gelden voor bepaalde bijbehorend elektrische apparatuur. De meubelsector zal vanaf 2022 ook decoratief textiel omvatten.

Tot slot wordt de producentenverantwoordelijkheid uitgebreid naar negen nieuwe sectoren:

  • Vanaf 2021 voor verpakkingsmateriaal voor de horeca.
  • In 2021 voor tabaksproducten die zijn uitgerust met plastic filters.
  • In 2022 voor bouwproducten en -materialen in de bouwsector, speelgoed, sport- en vrijetijdsartikelen en doe-het-zelf- en tuinartikelen.
  • In 2024 voor kauwgum, sanitair textiel (van doekjes tot luiers) en vistuig dat plastic bevat.
  • Vanaf 2025 voor alle professionele verpakkingen.

Elektrische en elektronische apparatuur: het doel van de producentenverantwoordelijkheid voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) is de terugwinning van zeldzame metalen en is met name gericht op de bescherming van de oceanen. De aanwezigheid van belangrijke metalen op de bodem van de oceanen leidt tot een toenemende druk van de mijnbouwindustrie voor het verkrijgen van exploratievergunningen (De bodem van de oceaan ligt bezaaid met waardevolle ertsknollen).

Financiering bodemsanering valt niet onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
In het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en in overeenstemming met de Europese regelgeving is in de wet het opruimen van zwerfafval opgenomen.

De Senaat had een preciezere formulering aangenomen die het begrip “opruimkosten” verving door “de financiering van de kosten voor het opruimen en verwerken van zwerfafval en de daaruit voortvloeiende bodemsanering”.

Het Assemblée heeft het onderdeel geschrapt waarin de kosten voor de bodemsanering voor rekening kwam van de collectieve organisaties van producenten. De bijdragen van producenten zullen alleen betrekking hebben op het inzamelen en verwerken van zwerfafval. Hoewel het soms mogelijk is om de producenten van zwerfafval te identificeren, is dit niet het geval voor bodemvervuiling, deze kan meerdere bronnen hebben, aldus het Assemblée.

Bron: Actu-Environnement, Ministère de la Transition écologique et solidaire

%d bloggers liken dit: